Ik weet niet beter.

“Ik ben eenendertig en heb dertig jaar diabetes”, vertelt de man vooraan de zaal. Sportief type, getrouwd en diabeet. Geroezemoes rommelt door de zaal. “Hij weet dus eigenlijk niet beter”, hoor ik twee rijen voor me. Nee. Als je vanaf je eerste jaar diabetes hebt, ben je weinig anders gewend. Je weet niet beter. Dat zal het dan ook wel makkelijker maken…

Toen bij mij de diagnose Type 1 diabetes gesteld werd, was ik acht jaar oud. Het was een paar dagen voor kerst 2005. Terwijl ik mijn moeder op de basisschool waar ze werkt meehielp met de voorbereidingen van het kerstfeest, kregen we een telefoontje van de huisarts. Die middag werden we verwacht in het ziekenhuis. En dat betekent zelden goed nieuws.

Ik weet bijna niets meer van de acht dagen daarna die ik in het ziekenhuis doorbracht. Ja: oefenen met spuiten op een sinaasappel, met mijn gekochte kerstkleren op de foto op een ziekenhuisbed en (illegaal) wandelen naar de paardjes aan de andere kant van de weg. Maar hoe het voelde? Dat is een groot zwart gat. Verdrongen of simpelweg niet opgenomen in mijn geheugen. Ik weet het niet.

Nu, ruim twaalf jaar later, sta ik nog maar weinig stil bij die tijd. Wat zou het veranderen? Je verleden is een gegeven. En sowieso had ik niets kunnen doen om te voorkomen dat ik Type 1 diabetes kreeg. Dom toeval. Een productiefoutje in de lichaamsfabriek. En dat dat ontzettend moeilijk is, ervaar ik elke dag.

Ik weet niet hoe het is om zonder diabetes te leven. Ik heb acht jaar ‘gewoon’ kunnen leven, maar de herinneringen daaraan zijn niet bewust diabetesloos. Ik ken het gevoel geen diabetes te hebben niet. Ik weet niet beter. En stiekem, of eigenlijk niet stiekem. Geheel open en eerlijk hoop ik dat er ooit een dag is dat ik dat wel weet. Ik weet niet beter, maar kan niet wachten om het wel te weten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.