Gewoon taal dus: Wouden zijn donkere bossen.

Soms vraag ik me af waar mijn enthousiasme over de Nederlandse taal vandaan komt. Ik ben vroeger niet bestookt met spreekwoorden, had geen juf die taal met leuke liedjes aanleerde op de basisschool en een echte talenknobbel… Frans, Duits en Engels zijn niet mijn sterkste punt zeg maar. Totdat een goede vriendin mij herinnerde aan iets van vroeger. Als ik voor de zoveelste keer ‘wilden’ verhaspelde naar ‘wouden’, zei mijn vader steevast: “Wouden zijn donkere bossen”.

Dat zinnetje speelt soms nog steeds door mijn hoofd. Als iemand in de stad ‘wouden’ verkeerd gebruikt, wanneer iemand bij twijfel maar ‘wildenwouden’ zegt en als het journaal aandacht besteedt aan uitstervende diersoorten door gekapte oerwouden. Bij mij gaan alle alarmbellen af als ik ‘wouden’ hoor.

Maar tot mijn grote schrik kwam ik er laatst achter dat ‘wouden’ zo fout nog niet is. Volgens het Genootschap Onze Taal voldoet alleen ‘wilden’ aan de taalnorm. Maar, zo zeggen zij: ‘wouden’ is oud taalgebruik en komt voort uit het woord ‘wolden’ dat in sommige dialecten nog steeds gebruikt wordt. In informeel taalgebruik en spreektaal blijft ‘wouden’ dus een veelgebruikte vorm.

Ik ga denk ik nooit gebruik maken van ‘wouden’. Dat is in al die jaren langzaam doch dwingend uit mijn systeem gediscussieerd. Maar ja: ik spreek ook geen dialect. ‘Wilden’ staat dikgedrukt in mijn taalwoordenboek en wouden blijven gewoon donkere bossen waar dieren hun wilde(n) leven leiden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.