Depressief? Ze heeft altijd wel iets.

“Ik geloof wel dat ze depressief is, maar ze heeft altijd wel iets.” Ik knipper met mijn ogen. Het is nog vroeg. Heb ik dit echt goed gehoord? “Ja, het is ook zo’n meisje dat altijd anders is. Dat je altijd denkt: er is iets mis.” Ik heb het goed verstaan. Terwijl de twee vrouwen achter mij verder kletsen, groeit bij mij het onbegrip. “Ik geloof wel dat ze depressief is, maar ze heeft altijd wel iets.” Het blijft als een mantra hangen in mijn hoofd.


Ze maakt moeilijk contact. Op school heeft ze geen vrienden en tegen de leraar durft ze niet te zeggen dat ze haar huiswerk niet snapt. Thuis voelt ze zich niet thuis. ‘s Middags vlucht ze vaak meteen naar haar slaapkamer, waar ze op internet foto’s en filmpjes ziet van mensen die het allemaal leuker hebben. Af en toe gaat ze het bos in, een rondje hardlopen. Het hoofd leegmaken om weer verder te kunnen. Maar het lost niets op. Die constante druk op haar schouders, het idee er niet bij te horen, het gevoel nooit op de juiste plek zijn.

Dit zou zomaar het verhaal kunnen zijn van het meisje waar de twee vrouwen in de trein het over hebben. Het kan ook totaal niet kloppen. Maar wat de situatie ook is: depressiviteit moet niet onderschat worden. Steeds meer jongeren hebben een burn-out of last van depressiviteit. Te veel druk om te moeten presteren, een onveilige thuissituatie, het gevoel niet goed genoeg te zijn. Verschillende oorzaken kunnen leiden tot het moment waarop je tegen een muur botst en niet meer verder kunt.

Een paar jaar geleden liep ik ook tegen een muur. Mijn thuissituatie was prima, op school was het gezellig en ik deed genoeg leuke dingen. Totaal geen reden tot paniek. Of toch… “Je zit tegen depressiviteit aan.” Duidelijke woorden van de psycholoog. Een waarschuwing. Ik kon omdraaien, op zoek naar een nieuwe weg, of dwars door de muur proberen te lopen. Hoe graag ik ook door wilde beuken, mezelf niet teleur wilde stellen, leek omdraaien de betere optie. Ergens bleek ik de les ‘grenzen aangeven’ gemist te hebben. Dat college moest ik toch een keer inhalen.

In een aantal sessies heb ik die les geleerd. Ik ben sindsdien niet meer bij een psycholoog geweest en heb ontzettend lieve mensen om me heen, die me als het nodig is, zullen herinneren aan mijn grenzen. Mensen die zeker niet zullen zeggen: “Ik geloof het wel, maar…” Of het mij in ieder geval niet laten merken. Die fijne omgeving gun ik iedereen. Want iemand die zijn hand naar je uitsteekt, je een duwtje in de goede richting geeft of een arm om je heen slaat en je niet bekritiseert, die persoon maakt het verschil.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.